**1.** Indien geen of geen tijdige betaling geschiedt van de cessantia-uitkering ten laste van een werkgever, die in staat van faillissement is verklaard of aan wie surséance van betaling is verleend, kan de werknemer jegens Onze Minister aanspraak maken op de cessantia-uitkering; met dien verstande dat bij de berekening van de door Onze Minister toe te kennen cessantia-uitkering het weekloon in aanmerking genomen wordt voor zover dit niet een normbedrag overschrijdt, gelijk aan anderhalf maal het weekloon dat wordt afgeleid uit de dagloonbedragen zoals deze op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet ziekteverzekering BES zijn of zullen worden vastgesteld. Indien het normbedrag niet is een getal in hele dollars en deelbaar door vijf, wordt het gesteld op het naast hogere bedrag dat aan deze voorwaarden voldoet.
**2.** Onze Minister kan beslissen dat het bepaalde in het eerste lid overeenkomstige toepassing vindt indien een werkgever verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, terwijl hij niet of nog niet in staat van faillissement is verklaard en hem geen of nog geen surséance van betaling is verleend.
Abusievelijk is op het eerste lid, tweede volzin, een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Titel
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Cessantiawet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011