**1.** Onze Minister stelt uiterlijk binnen vijf jaar na de aanwijzing in de functie van opsporingsambtenaar bij een bijzondere opsporingsdienst, en daarna uiterlijk binnen elke vijf jaar, diens betrouwbaarheid opnieuw vast.
**2.** Het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst kan, indien hij kennis heeft van feiten of omstandigheden op grond waarvan geoordeeld zou kunnen worden dat sprake is van bezwaren in de zin van artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, Onze Minister verzoeken de betrouwbaarheid van de opsporingsambtenaar bij een bijzondere opsporingsdienst tussentijds opnieuw vast te stellen.
Hoofdstuk III
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Besluit bekwaamheid en betrouwbaarheid opsporingsambtenaren bijzondere opsporingsdiensten 2010· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020