**1.** Een persoon beschikt over de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden indien hij beschikt over de voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden benodigde
kennis van grondrechten;
kennis van strafvorderlijke bevoegdheden;
kennis van algemene strafrechtelijke begrippen;
kennis van algemene staatsrechtelijke en privaatrechtelijke begrippen;
kennis van de wettelijke eisen die worden gesteld aan een proces-verbaal;
kennis van de taken en organisatie van de rechterlijke macht, de politie, de Koninklijke marechaussee en de bijzondere opsporingsdiensten; en
vaardigheden, waaronder in elk geval wordt begrepen het opmaken van een proces-verbaal en het afnemen van een verhoor.
**2.** De bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg afgelegd hebben van een door de examencommissie, bedoeld in artikel 4, samengesteld en door Onze Minister goedgekeurd examen.
Hoofdstuk II › § 1
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Besluit bekwaamheid en betrouwbaarheid opsporingsambtenaren bijzondere opsporingsdiensten 2010· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2012