**1.** Het boetebedrag voor overtreding van een voorschrift op grond van de artikelen 1a, 7e, 16a, eerste tot en met vierde lid, 16b, eerste tot en met derde lid, 16c, 16f, eerste en tweede lid, 21a, eerste lid en 26b, eerste lid, van de wet en op grond van de artikelen 26, 33 en 37 bedraagt 50.000 USD.
**2.** Het boetebedrag voor overtreding van een voorschrift op grond van de artikelen 5a, eerste, tweede en vijfde tot en met achtste lid, 5b, 13b, 13e, 14, eerste lid, 14a, eerste lid, 14b en 16e van de wet en op grond van de artikelen 23, 24 en 25 bedraagt 25.000 USD.
**3.** Voor overtreding van artikel 21a, eerste lid, van de wet kan per dag dat men in overtreding is een boete worden opgelegd van USD 1.250 met een maximum van USD 25.000.
**4.** Voor overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zoals van toepassing verklaard in artikel 19a van de wet kan per dag dat men in overtreding is een boete worden opgelegd van USD 1.250 met een maximum van USD 25.000.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
§ 12 › Subparagraaf
Artikel 38
Artikel 38
Onderdeel van Besluit Pensioenwet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010