Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Besluit bewaring inbeslaggenomen voorwerpen BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Alvorens aan een verkregen machtiging tot het vervreemden, vernietigen, prijsgeven of bestemmen tot een ander doel dan het onderzoek uitvoering wordt gegeven, wordt de prijs geschat, die het betrokken voorwerp bij verkoop redelijkerwijs zou moeten opbrengen. 2. De schatting geschiedt door of namens de bewaarder of, na overleg met de bewaarder, door de opsporingsambtenaar, aan wie de machtiging is verleend en die de voorwerpen in afwachting van hun vervoer naar de bewaarder onder zich heeft. 3. Indien aannemelijk is dat de waarde van het voorwerp meer bedraagt dan USD 1.117 of indien de specifieke aard van het voorwerp daartoe aanleiding geeft, vraagt de in het tweede lid bedoelde persoon daartoe het oordeel van ten minste een persoon die geacht kan worden goed op de hoogte te zijn van de marktprijzen van dergelijke voorwerpen. 4. De geschatte prijs en het oordeel van de in het derde lid bedoelde deskundige worden in een rapport aan de officier van justitie vermeld. 5. Ten aanzien van de middelen, bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Opiumwet 1960 BES, is dit artikel niet van toepassing. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel