Een jeugdige mag geen arbeid verrichten welke naar het oordeel van Onze Minister een uitgesproken negatieve invloed uitoefent op zijn ontwikkeling door een of meer der volgende omstandigheden;
de eenzijdigheid van de werkzaamheden;
een omstandigheid die visueel, door stank of anderszins weerzin opwekt;
een ongunstige omstandigheid met betrekking tot het binnenklimaat of de verlichting in de ruimte waarin de arbeid wordt verricht;
de eenzaamheid waarin de arbeid wordt verricht;
een niet passend groepsverband;
de aard van het beloningssysteem.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 27
Artikel 27
Onderdeel van Arbeidsbesluit jeugdigen BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010