**1.** Na het overlijden van degene, aan wie een pensioen is toegekend, wordt het pensioen tot en met de laatste dag van de maand waarin het overlijden heeft plaatsgevonden, uitbetaald aan de persoon of personen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt, dan wel komen, mits deze daartoe binnen zes maanden na het overlijden een verzoek bij Onze Minister heeft, dan wel hebben ingediend.
**2.** Na het overlijden van degene, aan wie een pensioen is toegekend, wordt een bedrag ineens, gelijk aan driemaal het aan de overledene toegekende pensioen, uitbetaald aan de persoon of personen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt, dan wel komen, mits deze daartoe binnen zes maanden na het overlijden een verzoek bij Onze Minister heeft, dan wel hebben ingediend. Onze Minister is bevoegd de uitkering op een lager bedrag vast te stellen.
**3.** De uitkering wordt betaalbaar gesteld in de maand volgende op die, waarin waarin een verzoek daartoe is ingediend.
Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Abusievelijk is op het tweede lid een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Hoofdstuk III › § 3
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011