Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Titel 2

Artikel 2.2.2

Berekeningswijze

Onderdeel van Wet educatie en beroepsonderwijs BES· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022

1. De in artikel 2.2.1 bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke beroepsopleiding een gelijkelijk geldende maatstaf. 2. De maatstaf voorziet in bekostiging aan de hand van de instroom van studenten. 3. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, vastgesteld, die per leerweg kunnen verschillen en worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van de bekostiging wordt berekend. 4. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, geldt inschrijving van een student voor twee of meer voltijdse dan wel twee of meer deeltijdse beroepsopleidingen in enig studiejaar als inschrijving voor één voltijdse respectievelijk één deeltijdse beroepsopleiding. Inschrijving van een student voor zowel voltijdse als deeltijdse beroepsopleidingen in enig studiejaar geldt voor de toepassing van die maatstaf als inschrijving voor een voltijdse opleiding. 5. Bij de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, blijven buiten beschouwing studenten aan een deeltijdse opleiding waarvoor het bevoegd gezag een in instellingstijd verzorgd onderwijsprogramma, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming, heeft ingericht dat minder dan 300 uren per volledig studiejaar omvat. 6. In de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van studenten en naar opleidingen. De maatstaf, bedoeld in het tweede lid, kan verschillend worden vastgesteld voor opleidingen die worden verzorgd door een instelling die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel