Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 29

Artikel 29

Onderdeel van Reclasseringsbesluit 1953 BES· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien het gestichtshoofd van mening is, dat ten aanzien van een veroordeelde niet of nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, deelt hij zulks, met vermelding van redenen, schriftelijk mede aan de in het eerste lid van artikel 28 bedoelde reclasseringsinstellingen. In geval hij van mening is, dat nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, deelt hij tevens mede, wanneer de mogelijkheid ener voorwaardelijke invrijheidstelling opnieuw zou dienen te worden overwogen. 2. Indien de reclasseringsinstellingen van mening zijn, dat omtrent de veroordeelde in voor deze gunstiger zin dient te worden geadviseerd, voegen zij bij hun advies aan het gestichtshoofd een rapport omtrent de persoon en de vooruitzichten van de veroordeelde, alsmede, indien zij van mening zijn, dat tot voorwaardelijke invrijheidstelling dient te worden overgegaan, een conceptvoorstel, ingericht volgens het in het derde lid van artikel 28 bedoelde model. 3. Het gestichtshoofd voorziet de stukken van zijn nader advies, en zendt deze aan Onze Minister. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel