Onze Minister ontvangt van het openbaar ministerie onverwijld kennis van:
elke vrijheidsbeneming van een voorwaardelijke in vrijheid gestelde gedurende de proeftijd en de daarop volgende drie maanden door het daartoe bevoegde gezag;
elke onherroepelijk geworden uitspraak, waarbij ten aanzien van een voorwaardelijk invrijheidgestelde bewezen wordt verklaard, dat hij tijdens zijn proeftijd een strafbaar feit heeft begaan;
elke andere omstandigheid betreffende de voorwaardelijk invrijheidgestelde, die van belang kan zijn voor het uit te oefenen toezicht en eventuele schorsing of herroeping der voorwaardelijke invrijheidstelling.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk V
Artikel 38
Artikel 38
Onderdeel van Reclasseringsbesluit 1953 BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010