In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
wet:Wet telecommunicatievoorzieningen BES;
radioreglement: het bij het op 6 november 1982 te Nairobi gesloten Internationale Verdrag betreffende de Telecommunicatie (Trb. 1983, 164) behorende bij het op 6 december 1979 te Genève tot stand gekomen Radioreglement 1979 (Trb. 1981, 78);
beschikking: de beschikking waarbij een machtiging is verleend;
machtiging: een machtiging voor een radio-elektrische zend- of ontvanginrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, en 16, eerste lid, van de wet;
bewijs van goedkeuring: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderscheidenlijk 69, eerste lid, van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES;
algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, certificaat VHF marifonie: bewijsstukken van een met goed gevolg afgelegd examen als bedoeld in artikel 30;
marifoon: een zend- en ontvanginrichting ten behoeve van mondelinge maritieme VHF- en UHF-radiocommunicatie;
radiotelegraaf: een zend- en ontvanginrichting ten behoeve van maritieme MF- en HF-radiocommunicatie door middel van morsetekens of telegrafie bestemd voor de automatische ontvangst;
radiotelefoon: een zend- en ontvanginrichting ten behoeve van maritieme telecommunicatie via de ether door middel van spraak;
kuststation: een op een vaste plaats opgestelde zend- en ontvanginrichting bestemd voor zowel maritieme radiocommunicatie als openbaar verkeer en dat is aangesloten op de openbare telecommunicatie-infrastructuur;
beperkt kuststation: een kuststation dat niet is aangesloten op de openbare telecommunicatie-infrastructuur;
portofoon: een draagbare zend- en ontvanginrichting ten behoeve van maritieme VHF-radiocommunicatie;
scheepsstation: een zend- en ontvanginrichting aan boord van een schip bestaande uit een marifoon-, een radiotelefooninstallatie, radiotelegraafinstallatie, een EPIRB, SART alsmede een satellietsysteem;
scheepssatellietstation: een zend- en ontvanginrichting aan boord van een schip, geschikt voor deelname aan het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer alsmede aan algemeen communicatieverkeer door middel van een satellietsysteem;
satellietsysteem: een door een organisatie beheerd communicatiesysteem waarbij gebruik gemaakt wordt van satellietverbindingen;
EPIRB: Emergency Position Indication Radio Beacon;
SART: Search and Rescue Radio Transponder;
INMARSAT: International Maritime Satellite Organization;
POSS: Polar Orbiting Satellite Service;
GMDSS: Global Maritime Distress and Safety System;
DSC: Digital Selective Calling;
DPT: Direct Printing Telegraphy;
zeegebieden: de internationaal afgebakende gebieden van de zee ten behoeve van de scheepvaartcommunicatie, onderscheidenlijk aangeduid als A1, A2, A3 en A4;
zeegebied A1: een gebied binnen het VHF radiotelefonie bereik van ten minste een kuststation of kustwachtpost waarin een ononderbroken DSC-alarmering beschikbaar is;
zeegebied A2: een gebied, met uitzondering van het zeegebied A1, binnen het MF radiotelefonie bereik van ten minste een kuststation of kustwachtpost, waarin ononderbroken DSC-alarmering beschikbaar is;
zeegebied A3: een gebied, met uitzondering van de zeegebieden A1 en A2, binnen het bereik van een geostationaire INMARSAT-satelliet waarin ononderbroken alarmering beschikbaar is;
zeegebied A4: een gebied liggende buiten de zeegebieden A1, A2 en A3.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
§ 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Besluit telecommunicatie scheepvaart BES· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010