Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Monumentenwet BES· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe door het bestuurscollege aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: alle inlichtingen te vragen; inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatie-dragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en deze daartoe tijdelijk mee te nemen; alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen. Kerken en andere gebouwen, bestemd voor godsdienstoefeningen of bezinningssamenkomsten van levens-beschouwelijke aard, betreden zij niet gedurende een godsdienstoefening of een bezinningssamenkomst. 3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen. 5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd. De vorenbedoelde personen zijn bevoegd zich van bepaalde door hen aan te wijzen personen te doen vergezellen. In dit geval wordt hiervan in het procesverbaal melding gemaakt. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel