Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Monumentenwet BES· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege of in strijd met bij zodanige vergunning vastgestelde voorwaarden een beschermd monument geheel of ten dele: af te breken of te verplaatsen; te vernielen of te beschadigen; in enig opzicht te wijzigen; te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk verzocht. Het bestuurscollege beslist op het verzoek binnen zes maanden na de datum van ontvangst. Indien hij zijn beslissing niet binnen zes maanden ter kennis van de verzoeker heeft gebracht wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 3. Indien de vergunning is geweigerd of aan de vergunning voorwaarden zijn verbonden en de belanghebbende daardoor schade lijdt, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bestuurscollege hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 4. Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op monumenten vanaf het tijdstip, waarop de eigenaren en zakelijk gerechtigden daarvan in kennis zijn gesteld van een voornemen tot aanwijzing tot beschermd monument. Deze toepassing eindigt, zodra vaststaat, dat deze monumenten niet worden ingeschreven in het bij de monumenteneilandsverordening vastgestelde register, dan wel vanaf het tijdstip waarop een schriftelijk verzoek tot aanwijzing van een monument als beschermd monument door het bestuurscollege is ontvangen. De ontvangst van dit verzoek wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de eigenaren en zakelijk gerechtigden daarvan. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel