Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 25 januari 2014

1. Onze Minister wijst één of meer deskundigen of instanties aan als wetenschappelijke autoriteit. 2. De wetenschappelijke autoriteit heeft de volgende taken: het afgeven van de verklaringen, bedoeld in artikel III, tweede lid, onderdeel a, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, onderdeel a, alsmede artikel IV, tweede lid, onderdeel a en zesde lid, onderdeel a, van het CITES-verdrag; het houden van voortdurend toezicht en de inkennisstelling, bedoeld in artikel IV, derde lid, van het CITES-verdrag; het geven van advies als bedoeld in artikel VIII, vierde lid, onderdeel c, van het CITES-verdrag; het desgevraagd adviseren van Onze Minister, het bestuurscollege, de beheersinstantie alsmede de ambtenaren, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 18, eerste lid, over: de identificatie van specimens als bedoeld in artikel 7, of soorten als bedoeld in artikel 8; en alle andere aangelegenheden betrekking hebbende op het natuurbeheer en de natuurbescherming die hem om advies worden voorgelegd. 3. De wetenschappelijke autoriteit is bevoegd voor haar taken als bedoeld in het tweede lid, vergoedingen in rekening te brengen die bij ministeriële regeling worden vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel