**1.** Onze Minister wijst één of meer deskundigen of instanties aan als wetenschappelijke autoriteit.
**2.** De wetenschappelijke autoriteit heeft de volgende taken:
het afgeven van de verklaringen, bedoeld in artikel III, tweede lid, onderdeel a, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, onderdeel a, alsmede artikel IV, tweede lid, onderdeel a en zesde lid, onderdeel a, van het CITES-verdrag;
het houden van voortdurend toezicht en de inkennisstelling, bedoeld in artikel IV, derde lid, van het CITES-verdrag;
het geven van advies als bedoeld in artikel VIII, vierde lid, onderdeel c, van het CITES-verdrag;
het desgevraagd adviseren van Onze Minister, het bestuurscollege, de beheersinstantie alsmede de ambtenaren, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 18, eerste lid, over:
de identificatie van specimens als bedoeld in artikel 7, of soorten als bedoeld in artikel 8; en
alle andere aangelegenheden betrekking hebbende op het natuurbeheer en de natuurbescherming die hem om advies worden voorgelegd.
**3.** De wetenschappelijke autoriteit is bevoegd voor haar taken als bedoeld in het tweede lid, vergoedingen in rekening te brengen die bij ministeriële regeling worden vastgesteld.
Hoofdstuk II
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 25 januari 2014