Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Besluit geneeskunde BES· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2018

1. Alvorens de praktijk uit te oefenen doen de geneeskundigen hun bewijs van bevoegdheid viseren door een door Onze Minister aangewezen ambtenaar, en leggen zij in handen van de gezaghebber van het betrokken openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba de volgende eed (belofte) af: «Ik zweer (beloof) dat ik de geneeskunde, volgens de daarop gestelde wettelijke bepalingen, naar mijn beste weten en vermogen zal uitoefenen, en dat ik aan niemand zal openbaren wat in die uitoefening als geheim mij is toevertrouwd of te mijner kennis is gekomen, tenzij mijn verklaring als getuige of deskundige in rechten wordt gevorderd, of ik anderszins tot het geven van mededeling door een algemene verordening verplicht wordt. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat beloof Ik)». 2. De door Onze Minister aangewezen ambtenaar doet aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd de gegevens toekomen van een geneeskundige wiens bewijs van bevoegdheid door hem ingevolge het eerste lid is geviseerd. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet op het terrein van de volksgezondheid inzake fusie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg tot Inspectie gezondheidszorg en jeugd (Stb. 2018/94) in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel