**1.** De kapitein van een op grond van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen aangehouden Nederlands schip is verplicht zijn schip na de aanhouding ligplaats te doen nemen op de door een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met de havenbeheerder, of indien geen beheerder is aangewezen de eigenaar van de haven, aan te wijzen plaats.
**2.** Zolang de aanhouding voortduurt, is het de kapitein verboden het schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
**3.** Zonder deze toestemming weigeren alle betrokken ambtenaren hun medewerking bij het verplaatsen en het uitklaren van het schip.
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een buitenlands schip dat zich in een haven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba bevindt.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Hoofdstuk IV › § 2
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Wet voorkoming van verontreiniging door schepen BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010