Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 6

Artikel 31

Artikel 31

Onderdeel van Wet administratieve rechtspraak BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Het beroepschrift en de daarop betrekking hebbende schrifturen en bewijsstukken, bij het Gerecht aanwezig, worden, onverminderd de artikelen 23, 24, 28, 29 en 30, neergelegd ter griffie of op een andere door het Gerecht te bepalen plaats. Hiervan wordt aan alle partijen mededeling gedaan. 2. Partijen kunnen de schrifturen en bewijsstukken binnen een door het Gerecht bepaalde en aan hen meegedeelde termijn, welke in de regel ten minste zeven dagen beloopt, inzien en daarvan afschriften of uittreksels vragen. 3. Aan partijen worden de kosten van deze afschriften en uittreksels in rekening gebracht, uitgezonderd de indiener van een beroepschrift die is vrijgesteld van het betalen van het recht, bedoeld in artikel 17, eerste lid. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel