Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › § 4

Artikel 95

Artikel 95

Onderdeel van Wet administratieve rechtspraak BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien een verzoek als bedoeld in artikel 85, eerste lid, is gedaan en het Gerecht oordeelt dat de feiten geen nader onderzoek vergen en mits met schriftelijke toestemming van alle partijen, dan wel indien het Gerecht oordeelt dat de behandeling van het beroepschrift zelf moet leiden tot de uitspraak dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, kan het onmiddellijk uitspraak op het beroepschrift doen. 2. Op de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 49 tot en met 53 van overeenkomstige toepassing. Indien het Gerecht kennelijk onbevoegd is, dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, is artikel 80 van overeenkomstige toepassing. 3. Indien het betreft een beroep als bedoeld in artikel 8, wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitgeoefend door de voorzitter van de meervoudige kamer van het Gerecht. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel