**1.** Degene, die vóór of op 1 september 1960 de leeftijd van 15 heeft bereikt en die – al dan niet onafgebroken – gedurende zes jaren na de voleindiging van zijn 54ste levensjaar in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, Nederland, Suriname of Nederlands Nieuw-Guinea heeft gewoond, heeft recht op ouderdomspensioen.
**2.** Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing op de gehuwde vrouw, behoudens in het geval waarin:
haar echtgenoot de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en geen recht op ouderdomspensioen kan doen gelden; of
haar huwelijk plaatsvond nadat zowel zijzelf als haar echtgenoot recht op ouderdompensioen hadden verkregen; of
zij als kostwinster is aan te merken en haar echtgenoot de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt.
**3.** In afwijking van het bepaalde in artikel 11, eerste lid, gaat het op grond van dit artikel toegekende pensioen in op 1 september 1960.
**4.** Ten aanzien van het bedrag van het op grond van dit artikel toegekende pensioen blijft artikel 8 buiten toepassing.
**5.** Het bepaalde in artikel 8a, eerste en tweede lid is van toepassing.
Hoofdstuk VII
Artikel 41
Artikel 41
Onderdeel van Wet algemene ouderdomsverzekering BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015