Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Titel 3

Artikel 39

Artikel 39

Onderdeel van Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

Op roerende zaken die tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet onroerend door bestemming waren en als zodanig aan hypotheek waren onderworpen, rust van dat tijdstip af een pandrecht. Het pandrecht komt van dat tijdstip mede te rusten op roerende zaken die als onroerend door bestemming onder het tevoren geldende recht aan die hypotheek zouden zijn onderworpen. Met betrekking tot de zaken, in de eerste en de tweede volzin genoemd, wordt geacht het in artikel 254, eerste lid, van Boek 3 bedoelde beding te zijn gemaakt. Het pandrecht op de in de eerste volzin bedoelde zaken werkt tegen de, vóór het in werking treden van de wet ontstane, rechten en vorderingen waartegen de hypotheek kon worden ingeroepen; met betrekking tot de rangorde geldt het als gevestigd op het tijdstip waarop de zaak met hypotheek werd belast. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel