Naar hoofdinhoud

Titel II › Hoofdstuk 3 › § 1

Artikel 44

Artikel 44

Onderdeel van Dienstplichtwet BES· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Om voor benoeming tot officier of voor bevordering in aanmerking te kunnen komen moet de dienstplichtige in werkelijke dienst, onverminderd de overige bij dit hoofdstuk gestelde eisen, bij goed gedrag, goede plichtsbetrachting en goede dienstijver, de vereiste bekwaamheid en geschiktheid bezitten, waaronder in beginsel mede wordt verstaan verplaatsbaarheid, voor de rang of de klasse die hij bij benoeming of bevordering zal verkrijgen. 2. Voor benoeming tot officier en voor bevordering, behoudens bevordering in klasse, is bovendien vereist dat de dienstplichtige in werkelijke dienst blijk* heeft gegeven gezag te kunnen uitoefenen of de aanleg daartoe te bezitten. 3. Benoeming tot officier en bevordering, behoudens bevordering in klasse of buitengewone bevordering als bedoeld in artikel 50, vinden slechts plaats voor zover in de desbetreffende rang een vacature bestaat. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel