De dienstplichtige in werkelijke dienst heeft aanspraak op vervoer van overheidswege bij reizen in zijn persoonlijk belang naar de woonplaats van zijn gezin, mits gelegen in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en terug:
bij hem toekomend vakantieverlof;
bij permissie voor gezinsbezoek, doch ten hoogste tweemaal gedurende een periode van twaalf kalendermaanden;
indien hij ongehuwd is: wanneer een van zijn ouders, stief- of pleegouders in levensgevaar verkeert of is overleden, in het laatste geval slechts indien hij de begrafenis kan bijwonen;
indien hij gehuwd is: wanneer zijn echtgenote, een van zijn kinderen, stief- of pleegkinderen in levensgevaar verkeert of is overleden;
indien hij gehuwd is: wanneer naar het oordeel van Onze Minister omstandigheden in het gezin voortijdige terugkeer of overkomst noodzakelijk maken.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Titel II › Hoofdstuk 11
Artikel 76
Artikel 76
Onderdeel van Dienstplichtwet BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010