**1.** De dienstplichtige in werkelijke dienst wiens persoonlijke eigendommen door omstandigheden, verband houdende met de uitoefening van de dienst, geheel of gedeeltelijk verloren zijn gegaan of zijn beschadigd, kan deswege, in door Onze Minister aan te wijzen gevallen en naar door hem te stellen voorwaarden, aanspraak maken op een schadevergoeding, voor zover daarop niet uit anderen hoofde aanspraak bestaat. Het vorenstaande geldt eveneens ten aanzien van goederen die door derden aan de zorgen van de dienstplichtige zijn toevertrouwd.
**2.** Bij het bepalen van het bedrag van de vergoeding wordt rekening gehouden met de mate waarin het verlies of de beschadiging mede aan de dienstplichtige zelf is te wijten, en met andere door Onze Minister aan te wijzen factoren die van invloed kunnen zijn op het bedrag van de vergoeding.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Titel II › Hoofdstuk 11
Artikel 81
Artikel 81
Onderdeel van Dienstplichtwet BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010