Naar hoofdinhoud

Titel II › Hoofdstuk 11

Artikel 87

Artikel 87

Onderdeel van Dienstplichtwet BES· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de dienstplichtige in werkelijke dienst wordt door of namens Onze Minister een bedrag uitgekeerd gelijk aan de uitkering welke belanghebbende op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden: aan de echtgenote, tenzij de dienstplichtige en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leefden; bij ontstentenis van de onder a bedoelde echtgenote, ten behoeve van de minderjarige kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen in wier levensonderhoud door belanghebbende geheel werd voorzien; bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde betrekkingen, aan of ten behoeve van de ouders, broers, zusters of kinderen van de overledene, voor wie hij naar het oordeel van Onze Minister grotendeels in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud bijdroeg. 2. Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het vorige lid nalaat, kan Onze Minister het in dat lid bedoelde bedrag geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel