Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De apotheker kan zich doen bijstaan door een of meer apothekers-assistenten, die onverminderd het bepaalde in het eerste lid van artikel 14 verantwoordelijk zijn voor hetgeen door hen in de uitoefening van hun beroep wordt gedaan of nagelaten. 2. Hij, die de hoedanigheid van apothekers-assistent bezit, mag van zijn bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunde geen gebruik maken, voordat hij op zijn verzoek door de Inspecteur in het register der apothekers-assistenten, die de artsenijbereidkunde uitoefenen, is ingeschreven. 3. Bij een verzoek om inschrijving moet door de verzoeker het bewijs van zijn hoedanigheid van apothekers-assistent worden overgelegd. Van de inschrijving wordt aantekening gedaan op het bewijs van bevoegdheid. 4. Wanneer een apothekers-assistent in een apotheek aangenomen of daaruit ontslagen is, geeft de apotheker daarvan terstond kennis aan de Inspecteur. 5. Het bepaalde in de artikelen 7 lid 3 en 9 lid l onder a. en c. is van overeenkomstige toepassing. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel