Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › § 1

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Hij, die de hoedanigheid van apotheker bezit, mag van zijn bevoegdheid tot uitoefening artsenijbereidkunde geen gebruik maken voordat hij op zijn verzoek door de Inspecteur in het register der apothekers die de artsenijbereidkunde uitoefenen is ingeschreven. 2. Bij een verzoek om inschrijving moet door de verzoeker het bewijs van zijn hoedanigheid van apotheker worden overgelegd. Van de inschrijving wordt aantekening gedaan op het bewijs van bevoegdheid. 3. De inschrijving geschiedt voor een apotheek bevestigd in een bepaald aangewezen perceel. 4. Voor een inschrijving als bedoeld in het eerste lid, wordt een vergoeding geheven overeenkomstig regelen bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen. De inschrijving geschiedt niet dan nadat de vergoeding is betaald. 5. Bij het verzoek tot inschrijving dient door de verzoeker te worden overgelegd: een door de verzoeker ondertekende verklaring, waaruit blijkt dat hij de artstenijbereidkunde al dan niet in dienstbetrekking, maatschap of andere vorm van samenwerkingsverband met derden zal uitoefenen: ingeval de verzoeker een persoon is die voornemens is de artsenijbereidkunde uit te oefenen in dienst van een apotheker, van een instelling van apothekers, van personen die geen apotheker zijn of van instellingen die geen instellingen van apothekers zijn, een door de werkgever ondertekende verklaring, waaruit ten genoegen van de Inspecteur moet blijken dat de verzoeker in staat wordt gesteld de artsenijbereidkunde in onafhankelijkheid en naar behoren uit te oefenen. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel