Naar hoofdinhoud

Boek 1 › Titel 2 › Afdeling 2

Artikel 121a

Artikel 121a

Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien de rechter in eerste aanleg inlichtingen wil inwinnen overeenkomstig artikel 3 van de op 7 juni 1968 te Londen gesloten Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht (Trb. 1968, 142), doet hij aan partijen schriftelijk opgave van de te stellen vragen en te verzenden stukken. 2. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn schriftelijk hun mening omtrent de te stellen vragen en de te verzenden stukken geven. 3. Met inachtneming van artikel 4 van de Overeenkomst stelt de rechter de inhoud van het verzoek om inlichtingen in een tussenvonnis vast. 4. Indien aan de rechter op grond van artikel 13 van de Overeenkomst aanvullende inlichtingen worden gevraagd, stelt hij de partijen in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijk op dit verzoek te reageren. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel