Naar hoofdinhoud

Boek 1 › Titel 2 › Afdeling 6a

Artikel 167

Artikel 167

Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Het verzoek wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van het geding, indien het aanhangig wordt gemaakt, kennis te nemen, of aan de rechter binnen wiens rechtsgebied de personen die men als getuigen wil doen horen, of het grootste aantal van hen, woonachtig zijn of verblijven. 2. Indien het geding reeds aanhangig is, wordt het verzoek gedaan aan de rechter voor wie het geding aanhangig is. 3. Het verzoekschrift houdt in: de aard en het beloop van de vordering; de feiten of rechten die men wil bewijzen; de namen en woonplaatsen van de personen die men als getuigen wil doen horen; de naam en de woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is. 4. Tenzij de wederpartij onbekend is en behoudens gevallen van onverwijlde spoed, wordt op het verzoekschrift niet eerder beschikt dan nadat een behandeling heeft plaatsgevonden, waartoe de verzoeker en de wederpartij worden opgeroepen. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel