Naar hoofdinhoud

Boek 1 › Titel 7

Artikel 275

Artikel 275

Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Nadat de memorie van antwoord is ingekomen, doet de rechter in eerste aanleg onverwijld afschrift daarvan en van de daarbij overgelegde bescheiden, behoudens artikel 273, tweede lid, betekenen aan de eiser in beroep. 2. Indien bij het antwoord incidenteel beroep is aangetekend, heeft de eiser in beroep een termijn van zes weken na de dag van betekening om op het incidentele beroep bij memorie te antwoorden. 3. Afschrift van de memorie van antwoord op het incidenteel beroep en van de verdere bescheiden die haar vergezellen, worden met inachtneming van artikel 273 in voege als voren aan de incidenteel-eiser in beroep betekend. Indien de incidenteel-verweerder bij de indiening van de memorie niet aan de griffier de kosten van de betekening, desverlangd na taxatie door de rechter, heeft vooruitbetaald, wordt de memorie als niet ingediend beschouwd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel