Naar hoofdinhoud

Boek 2 › Titel 2 › Afdeling 2

Artikel 476

Artikel 476

Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Een schorsing van de executie werkt tegen de derde-beslagene pas nadat deze schorsing hem, met de grond waarop zij berust, schriftelijk is meegedeeld. 2. De executie wordt mede geschorst door betekening aan de derde-beslagene van een oproeping met een door de deurwaarder voor eensluidend getekend afschrift van het verzoekschrift waarbij de geëxecuteerde in kort geding schorsing van de executie of opheffing van het beslag vordert, indien dit verzoekschrift niet later is ingediend dan twee weken na de in artikel 475i bedoelde betekening van het beslag aan de geëxecuteerde en in het exploot van betekening aan de derde tevens mededeling van deze schorsende werking wordt gedaan. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel