Naar hoofdinhoud

Boek 3 › Titel 6 › Afdeling 1

Artikel 810

Artikel 810

Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De rechter kan in zaken betreffende minderjarigen, indien hij dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht, het advies van de voogdijraad inwinnen. Hij kan de raad daartoe in elke stand van de zaak oproepen. 2. De voogdijraad kan in deze zaken eigener beweging zijn mening schriftelijk aan de rechter kenbaar maken of ter terechtzitting verschijnen, indien de raad dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht. 3. De voogdijraad ontvangt daartoe onverwijld een afschrift van het verzoekschrift en wordt tijdig van het tijdstip van de terechtzitting op de hoogte gesteld. 4. Indien de zaak evenwel de ondertoezichtstelling van een minderjarige betreft, de toepassing of overeenkomstige toepassing van de artikelen 260, 261, 262 en 263, eerste tot en met vierde lid, onderdeel a, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek daaronder niet begrepen, dan wel de ontheffing of ontzetting van het ouderlijk gezag of van de voogdij, beslist de rechter niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping daartoe van de voogdijraad. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel