**1.** Op eigen verzoek kan een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg tijdelijk worden aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie.
**2.** De aanwijzing geschiedt voor een bepaalde tijd en kan worden verlengd. De tijdsduur van de aanwijzing en van de verlenging bedragen elk drie jaar.
**3.** De aanwijzing van een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg wordt schriftelijk gegeven door het bestuur van het Hof en vermeldt tenminste:
zijn naam, voorletter(s), geboortedatum;
zijn functie;
de dag van ingang van de aanwijzing;
zijn standplaats;
de hoogte van het salaris;
de arbeidsduur.
**4.** Op verzoek van een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg kan het bestuur van het Hof besluiten tot wijziging van:
de standplaats;
de arbeidsduur.
**5.** De beslissing tot verlenging dan wel tussentijdse wijziging van de aanwijzing geschiedt schriftelijk door het bestuur van het Hof.
**6.** Gedurende de periode van aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 12 tot en met 14, 16 tot en met 19, 20 eerste, tweede en vierde lid, 2122, 24 en 26, van overeenkomstige toepassing.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010