De exploitant van een luchtvaartterrein richt het luchtvaartterrein zodanig in, en treft zodanige voorzieningen dat:
een plaats beschikbaar is voor het afzonderen van een luchtvaartuig;
het beveiligingspersoneel snel en op eenvoudige wijze de verschillende delen van het luchtvaartterrein kan bereiken en toezicht kan houden op daar aanwezige personen;
redelijkerwijze voorkomen wordt dat onbevoegden een geparkeerd luchtvaartuig betreden;
de verschillende delen van het luchtvaartterrein helder verlicht en afsluitbaar zijn;
het beveiligingspersoneel op onvoorspelbare en op risico gebaseerde wijze patrouilles uitvoert op het luchtvaartterrein.
Hoofdstuk IV › Afdeling 2 › § 2
Artikel 22m
Artikel 22m
Onderdeel van Luchtvaartwet BES· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022