Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.1

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Wet maritiem beheer BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018

1. De gezagvoerder van een vrachtschip met een tonnage van meer dan 100 GT, meldt bij binnenkomst in en vertrek uit de territoriale zee in elk geval het volgende aan de beheerder: naam, IMO-nummer en roepletters van het schip; de nationaliteit van het schip; het tijdstip van binnenkomst of vertrek; het soort schip en de tonnage en de lading, indien het een schip als bedoeld in artikel 14, tweede lid, betreft. 2. Een gelijke verplichting als omschreven in het eerste lid, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, rust op de gezagvoerder van een passagiersschip en op die van een zeevissersschip met een lengte van meer dan 24 meter, waarbij onder een passagiersschip wordt verstaan, een schip waarmee 12 of meer personen tegen betaling worden vervoerd. 3. De verplichting, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, rust mede op de scheepsbeheerder en diens vertegenwoordiger, ieder afzonderlijk. Zodra één van de personen, bedoeld in het eerste of tweede lid, aan zijn verplichting heeft voldaan, vervalt deze verplichting voor de anderen. 4. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald in welke gevallen een melding op grond van andere wettelijke voorschriften tevens wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in het eerste lid. 5. Het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de gezagvoerder van een buitenlands zeevissersschip, van een tankschip, van een nucleair voortgestuwd schip, of een schip dat radioactieve stoffen, onderscheidenlijk gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert, ingeval van binnenkomst in en vertrek uit de exclusieve economische zone.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel