De huur van een woonhuis wordt door opzegging van de zijde van de verhuurder niet beëindigd, zo daartoe niet de toestemming van de huurcommissie is verkregen, zelfs indien de opzegging is geschied voor de datum van de instelling der huurcommissie.
Indien ingevolge het bepaalde in artikel 1587 van het Burgerlijk Wetboek BES de huur van rechtswege een einde zou nemen, zonder dat de opzegging is vereist, doch de huurder deze voor bepaalde of onbepaalde tijd wenst te verlengen, houdt de huur niet op dan na verkregen toestemming van de huurcommissie.
De toestemming van de huurcommissie is eveneens vereist, indien de koper van een huis gebruik wil maken van de bevoegdheid, bij de huurovereenkomst voorbehouden om, ingeval van verkoop, de huurder tot de ontruiming van het gehuurde te noodzaken overeenkomstig het bepaalde in artikel 1595 van het Burgerlijk Wetboek BES.
De huurcommissie kan aan haar toestemming voorwaarden verbinden treffende het gebruik van de woning. Niet/niet volledig nakomen der voorwaarden kan intrekking van de toestemming ten gevolge hebben en de toewijzing van de woning aan de oorspronkelijke huurder geschieden, onverminderd het recht van deze op vergoeding van kosten, schaden en interessen.
Treedt in werking om 00.00 uur in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Hoofdstuk I
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Wet huurcommissieregeling BES· Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010