Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Rijksbesluit overname geldleningen Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 63 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, is het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao bevoegd tot kennisneming van geschillen ter zake van de in artikel 2 bedoelde geldleningen, voor zover het betreft geldleningen die zijn aangegaan door het land de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Curaçao, en is het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten bevoegd tot kennisneming van geschillen, voor zover het betreft geldleningen die zijn aangegaan door het eilandgebied Sint Maarten. 2. Indien ten tijde van de inwerkingtreding van dit besluit het land de Nederlandse Antillen, het eilandgebied Curaçao of het eilandgebied Sint Maarten als partij betrokken is bij een geschil of rechtsgeding ter zake van een in artikel 2 bedoelde geldlening, treedt na de inwerkingtreding van dit besluit de Staat der Nederlanden als partij in de plaats van het land de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk het eilandgebied Curaçao of het eilandgebied Sint Maarten. 3. Ten aanzien van rechtsgedingen als bedoeld in het tweede lid, is de elfde afdeling van de tweede titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen, zoals die afdeling onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit luidde, van overeenkomstige toepassing. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel