Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4

Artikel 28

Artikel 28

Onderdeel van Wet Inspectie Biociden BES· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Ingeval van overtreding van de bij of krachtens de onderscheiden wetten de volksgezondheid betreffende gegeven voorschriften alsmede van de artikelen 11, vijfde lid, en 13, tweede lid, van deze wet kan de Inspectie aan de overtreder een boete opleggen van ten hoogste een geldboete van de zesde categorie. 2. De hoogte van de boete wordt in ieder geval afgestemd op de ernst en de duur van de overtreding, alsmede op de mate waarin de overtreder daarvan een verwijt kan worden gemaakt. 3. De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES. 4. Het recht tot strafvervolging vervalt indien de Inspecteurgeneraal aan de betrokkene ter zake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel