**1.** Het salaris en de toelagen worden niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van overlijden.
**2.** De door het lid van het openbaar ministerie dat is aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, opgebouwde nog niet genoten aanspraken in tijd en geld worden na zijn overlijden uitbetaald.
**3.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een lid van het openbaar ministerie dat is aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, wordt aan de langstlevende echtgenoot dan wel de partner waarmee het lid van het openbaar ministerie tot aan zijn overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde, een som uitgekeerd, gelijk aan drie maal het bedrag aan het maandelijkse salaris en de toelagen op het tijdstip van overlijden.
**4.** Indien een lid van het openbaar ministerie dat is aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, op het tijdstip van overlijden niet in actieve dienst is, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan drie maal hetgeen hij als salaris en toelagen per maand zou hebben genoten, indien hij op de eerste van de maand van het overlijden in actieve dienst was geweest.
**5.** Indien het overleden lid van het openbaar ministerie dat was aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, geen betrekking als bedoeld in het eerste lid nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de kinderen tot wie dit lid van het openbaar ministerie in familierechtelijke betrekking stond die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd zijn geweest. Ontbreken ook zodanige kinderen, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, broeders, zusters of overige kinderen, ten behoeve van deze betrekkingen.
**6.** Laat het overleden lid van het openbaar ministerie dat was aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie, ook geen betrekkingen als in het vijfde lid bedoeld na, dan kan het in het eerste lid bedoelde bedrag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van kosten van de laatste ziekte en van de begrafenis, indien de nalatenschap van dit lid, voor de betaling van die kosten ontoereikend is.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Rijksbesluit rechtspositie leden openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010