**1.** De procureur-generaal verstrekt op verzoek van de voorzitter van de zienswijzecommissie stukken die betrekking hebben op de vervolging of veroordeling van een lid van het openbaar ministerie, indien het onderzoeksbelang zich daar niet tegen verzet.
**2.** De voorzitter van de zienswijzecommissie nodigt het lid van het openbaar ministerie aan wie een voornemen op grond van artikel 30, eerste lid, bekend is gemaakt, uit om zijn zienswijze naar voren te brengen.
**3.** Op verzoek van de voorzitter van de zienswijzecommissie dan wel op verzoek van het lid van het openbaar ministerie kunnen getuigen dan wel deskundigen gehoord worden.
**4.** Van het mondeling naar voren brengen van de zienswijze wordt een verslag opgemaakt dat door het betrokken lid van het openbaar ministerie en de voorzitter wordt ondertekend. Weigert het betrokken lid het verslag te ondertekenen, dan wordt daarvan in het verslag, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Aan het betrokken lid wordt een afschrift van het verslag verstrekt.
**5.** De voorzitter van de zienswijzecommissie brengt zo spoedig mogelijk schriftelijk advies uit aan degene door wie hij is benoemd. Bij het schriftelijke advies wordt het originele verslag als bedoeld in het vierde lid, evenals andere voor het te nemen besluit relevante stukken gevoegd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Rijksbesluit rechtspositie leden openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010