**1.** Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de afgifte van eenig goed, dat geheel of ten deele aan dezen of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van ene schuld of het tenietdoen van eene inschuld, wordt, als schuldig aan afpersing, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier en twintig jaren.
**2.** Levenslange gevangenisstraf dan wel een tijdelijke gevangenisstraf van het hoogste vier en twintig jaren wordt opgelegd, indien het feit de dood ten gevolge heeft.
**3.** De bepalingen van artikel 325, tweede lid, zijn op dit misdrijf van toepassing.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
boek Tweede › Titel XXIII
Artikel 330
Artikel 330
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010