Het recht tot uitvoering van de straf vervalt door verjaring.
De termijn dezer verjaring is een derde langer dan de termijn van verjaring van het recht tot strafvordering. In geen geval is de termijn korter dan de duur der opgelegde straf.
Indien vóór de tenuitvoerlegging van de straf de veroordeelde, die tijdens zijne veroordeeling nog geen achttien jaren oud was, den leeftijd van een en twintig jaren heeft bereikt, vordert hij, die met deze tenuitvoerlegging is belast, dat de rechter die de straf heeft opgelegd, den duur zal bepalen der gevangenisstraf of hechtenis of het bedrag der boete, op het feit gesteld, welke straffen alsdan in de plaats treden der vroeger opgelegde. Deze bepaling is niet toepasselijk ten opzichte van de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
boek Eerste › Titel VIII
Artikel 78
Artikel 78
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010