Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 15c

Artikel 15c

Onderdeel van Wet toelating en uitzetting BES· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert, kan, met het oog op de uitzetting, door Onze Minister in bewaring worden gesteld de vreemdeling die: geen toelating van rechtswege en geen verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft; het op grond van een besluit van Onze Minister of een rechterlijke beslissing is toegestaan de beslissing omtrent een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd in de openbare lichamen af te wachten. 2. Indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn, wordt het belang van de openbare orde geacht de bewaring van de vreemdeling te vorderen, tenzij de vreemdeling toelating van rechtswege heeft gehad of een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft gehad. 3. Bewaring van een vreemdeling blijft achterwege indien en wordt beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft de openbare lichamen te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat. 4. Bewaring krachtens het eerste lid, onder b, of het tweede lid, duurt in geen geval langer dan vier weken. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel