Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 3

Artikel 2j

Artikel 2j

Onderdeel van Wet toelating en uitzetting BES· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan de geldigheidsduur van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet overschrijden en bedraagt ten hoogste een jaar. Het terugkeer-visum kan worden verleend voor een of meer reizen. 2. Indien de vreemdeling verblijf houdt in afwachting van de beslissing omtrent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd bedraagt de geldigheidsduur van een terugkeervisum ten hoogste drie maanden en is het geldig voor één reis. 3. Onze Minister kan vrijstelling dan wel ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. 4. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan niet worden verlengd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel