Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 2t

Artikel 2t

Onderdeel van Wet toelating en uitzetting BES· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De ambtenaar belast met de grensbewaking onderwerpt vreemdelingen bij grensoverschrijding aan een grondige controle. 2. De grondige controle behelst bij inreis de verificatie of is voldaan aan de voorwaarden voor toegang, gesteld bij of krachtens artikel 2r. 3. Bij de grondige controle kan bij uitreis worden onderzocht: of de toegang van de vreemdeling tot de plaats, het land of de staat van bestemming redelijkerwijs is gewaarborgd; of de vreemdeling de maximale duur van het toegestane verblijf in de openbare lichamen heeft overschreden, in welk geval dat wordt gesignaleerd; of de vreemdeling is gesignaleerd ter fine van opsporing of weigering van toegang en verblijf. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe een signalering ter fine van weigering van de toegang wordt geregistreerd en onder welke voorwaarden de bevoegde autoriteiten, inbegrepen de bevoegde autoriteiten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, daarvan kennis kunnen nemen. 5. In afwijking van artikel 1a is het eerste lid niet van overeenkomstige toepassing op Nederlanders. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel