**1.** Wordt de oppervlakte van een opsporingsterrein krachtens het bepaalde bij het eerste lid van art. 44 gewijzigd, zoo geschiedt de berekening van het wegens vast recht verschuldigd bedrag naar het gewijzigd aantal hectaren van de oppervlakte van het opsporingsterrein, voor de eerste maal over het vergunningsjaar, volgende op dat waarin de wijziging heeft plaats gehad.
**2.** Heeft de in het eerste lid van dit artikel bedoelde wijziging van het aantal hectaren der oppervlakte plaats op een tijdstip, waarop het over het daarop volgend vergunningsjaar verschuldigd vast recht reeds mocht zijn voldaan, zoo moet, indien het gewijzigd cijfer eene grootere oppervlakte van het opsporingsterrein aangeeft dan aanvankelijk was aangenomen, hetgeen meer aan vast recht verschuldigd is uiterlijk op den laatsten dag der derde maand, volgende op die waarin de wijziging heeft plaats gehad, worden bijbetaald, terwijl indien het gewijzigd cijfer eene kleinere oppervlakte aangeeft, het te veel betaalde aan den rechthebbende zoodra mogelijk wordt terugbetaald. Van den datum waarop de bijbetaling uiterlijk moet geschieden, wordt aanteekening gehouden in de beschikking waarbij de wijziging plaats heeft.
**3.** In de in het tweede lid van dit artikel bedoelde beschikking wordt mede aanteekening gehouden van het gewijzigd bedrag van het vast recht en van het tijdstip waarop dat uiterlijk voor de eerste maal moet worden voldaan.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Titel II › Hoofdstuk VIII › Afdeeling 2e
Artikel 149
Artikel 149
Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010