**1.** De vergunning tot het doen van opsporingen geeft den houder, met uitsluiting van ieder ander, het recht om overeenkomstig de voorschriften der Mijnwet BES en van dit besluit, en de bij de vergunning gestelde voorwaarden, in het onderzoekingsveld alle werkzaamheden te verrichten, noodig tot opsporing van de in artikel 1a van de Mijnwet BES genoemde delfstoffen of ten doel hebbende den aard der aangetroffen delfstofafzettingen en der daarin voorkomende delfstoffen te beoordeelen.
**2.** Over de door hem verkregen delfstoffen mag de opspoorder, behoudens de rechten van anderen, vrijelijk beschikken.
**3.** Hetgeen in de artt. 164, 165 en 166 bepaald is omtrent concessionarissen en ontginningen is eveneens van toepassing op houders van vergunningen tot het doen van opsporingen en door hen verrichte opsporingen.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Titel II › Hoofdstuk IX
Artikel 162
Artikel 162
Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010