Onder den aanleg binnen het mijnveld van werken,als bedoeld in art. 163 noodig tot het winnen der in de concessiebeschikking genoemde delfstoffen wordt verstaan de uitvoering van alle opsporings- en ontginningswerken, zoo op als onder den grond, en van al hetgeen ten dienste daarvan strekt, als:
de aanleg van stapel-, opslag- en scheepplaatsen, van los- en laadhoofden en aanlegplaatsen voor schepen, van land- en waterwegen, met inbegrip van spoorwegen, van machine-installaties, van verzamelplaatsen van water en andere vloeistoffen, van buis- en andere leidingen, van wasch-, sorteerings- en reinigingsinrichtingen en van smeltovens; de plaatsing van merkteekens tot afbakening en van de concessie-grenzen; de oprichting van tot uitvoering van het mijnbouwbedrijf en tot huisvesting, voeding of verpleging der werklieden bestemde gebouwen en inrichtingen; het aanbrengen van toe- en afvoerwegen van lucht; de oprichting van magazijnen voor springmiddelen en de toegangswegen daarheen en van inrichtingen tot fabricatie van cokes en briketten indien die ter plaatste der kolenontginning worden opgericht; zoomede de aanleg en uitvoering van alle andere voor het bedrijf noodige werken waaromtrent in geval van twijfel door Onze Minister wordt beslist dat zij vallen onder de in art. 163 genoemde werken.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Titel II › Hoofdstuk IX
Artikel 169
Artikel 169
Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010