Naar hoofdinhoud

Titel II › Hoofdstuk X › Afdeeling Tweede

Artikel 190

Artikel 190

Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Kunnen de houder der vergunning tot opsporing eenerzijds, en de rechthebbenden op den grond en (of) derde belanghebbende anderzijds, zich over de tijdelijke beschikking over den grond en de daarvoor te geven schadeloosstelling niet verstaan, dan kan de eerstgenoemde tegen de laatstgenoemden eene rechtsvordering instellen voor het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, ten einde door dezen vooreerst te worden gemachtigd om voor een bepaalden tijd over den noodigen grond tot het doen van mijnbouwkundige opsporingen te beschikken en dat wel terstond nadat door den eischer een door den rechter te bepalen bedrag als zekerheid zal zijn gesteld, opdat daaruit later de als schadeloosstelling te betalen som kunne worden voldaan, zoomede ten einde door den rechter nader bij eindvonnis het bedrag te hooren vaststellen dat ter zake als schadeloosstelling aan de rechthebbenden op den grond en (of) derde belanghebbenden zal moeten worden uitgekeerd. 2. Omtrent de vordering tot machtiging om over den noodigen grond te mogen beschikken, benevens tot bepaling van het bedrag der zekerheidstelling wordt door den rechter eerst en vooraf bij afzonderlijk vonnis uitspraak gedaan. Wordt de machtiging verleend met bepaling van het bedrag der zekerheidstelling, dan wordt tegen dit incidenteel vonnis geen hoogere voorziening toegelaten. 3. Van de verleende machtiging om over den grond te beschikken kan onmiddellijk worden gebruik gemaakt nadat het door den rechter bepaald bedrag der zekerheidstelling ter griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zal zijn gedeponeerd. Door den griffier wordt daarvan een akte opgemaakt, welke hij, die de rechtsvordering heeft ingesteld, aan de rechthebbende op den grond en (of) derde belanghebbenden doet beteekenen. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel