Indien tengevolge van oorzaken, welke de concessionaris bij machte was uit den weg te ruimen, met de noodige werken op den grond, waarover daartoe volgens het verleend verlof mocht worden beschikt, niet binnen twee jaren, nadat het in art. 221 bedoeld verlof is verleend, een aanvang gemaakt, of indien uit andere omstandigheden is aan te toonen dat over den grond blijkbaar niet voor het doel, waarvoor het verlof wordt verleend, zal worden beschikt, kan op verzoek van hen, die oorspronkelijk rechten op dien grond uitoefenden, het verleend verlof door Onze Minister worden ingetrokken en kunnen zij den grond in den toestand waarin hij zich alsdan bevindt terugvorderen, zoo noodig bij den rechter; maar onder gehoudenheid om, in evenredigheid tot de terugontvangen waarde, de door den concessionaris betaalde schadeloosstelling terug te geven.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Titel II › Hoofdstuk X › Afdeeling Vijfde
Artikel 227
Artikel 227
Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010