Naar hoofdinhoud

Titel IV › hoofdstuk Eenig

Artikel 253

Artikel 253

Onderdeel van Mijnbesluit BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Van de beteekening bedoeld in art. 27 tot het verstrijken van den termijn aangegeven in art. 243 of, ingeval een verzoekschrift, als in laatstgenoemd artikel bedoeld, is ingediend, tot de beslissing van het Hof aan den houder van het recht op concessie of aan den concessionaris zal zijn medegedeeld, of beteekend, mogen de in art. 88 bedoelde werkzaamheden of de ontginning worden voortgezet. 2. De houder van het recht op concessie of de concessionaris zal echter van eerstbedoelde beteekening af niet bevoegd zijn het recht op concessie over te dragen of het op grond van de concessie verworven recht te vervreemden of met hypotheek te belasten. Dit verbod houdt op, wanneer op een door den houder van het recht op concessie of door den concessionaris ingediend verzoekschrift door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is beslist, dat hij aan de in art. 5 der Mijnwet BES gestelde vereischten voldoet. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel